Geschiedenis

Geschiedenis

De Moeder Godskerk (gesticht onder de naam “de Onze Lieve Vrouwekerk”) is gesticht als kapel bij het klooster van de paters Redemptoristen aan de Keizersgracht 218 te Amsterdam. Dit klooster was een van de eerste die sinds de reformatie in Holland werden opgericht en werd op 5 november 1850 ingewijd. De eerste steen van de kerk, gebouwd naast het klooster, werd gelegd op 18 april 1853. De kerk werd op 21 november 1854 in gebruik genomen.

De Onze Lieve Vrouwekerk heeft sinds de oprichting een aparte rol in Rooms-Katholiek Amsterdam gespeeld. De kerk is nooit een parochiekerk geweest, maar fungeerde als algemene hulpkerk. Vanuit de Onze Lieve Vrouwekerk werd door de paters Redemptoristen een sterke impuls gegeven aan de emancipatie van de Rooms-Katholieken. Door hen zijn een aantal devoties, o.a. ter ere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand en van het H. Hart, en andere godsdienstoefeningen gepropageerd.

Deze nieuwe oefeningen en gebruiken trokken een groot aantal kerkbezoekers, niet in de laatste plaats door de plechtige wijze, waarop kerkelijke feesten werden gevierd en door de rijke versieringen. Deze congregatie is voor vele katholieke Amsterdammers een bijzondere steun geweest voor hun geestelijk leven. De kerk was jarenlang de biechtkerk van Amsterdam.

De overdracht aan de Syrisch-orthodoxen

Na ruim een eeuw van katholieke opbloei is er ook in Amsterdam een sterke terugval van het godsdienstig leven opgetreden. Het kleiner wordende aantal paters en broeders Redemptoristen en de geringe aanwas van priesters, was voor de Redemptoristen reden om hun werkzaamheden aan de Keizersgracht te beëindigen. In 1984 werd zowel kerk als klooster verkocht. In mei 1985 werd de kerk door de Syrisch-orthodoxe Kerk gekocht. Aangezien de Syrisch-orthodoxen financieel niet in staat waren om ook het klooster te kopen, is dit in handen gekomen van een onroerendgoedmaatschappij.

Door de overdracht aan de Syrisch-orthodoxe Kerk, kreeg de kerk een extra dimensie. Niet alleen kreeg de kerk de naam “Moeder Godskerk” (‘Ito dYoldath Aloho), ook hebben de Syrisch-orthodoxen na vertrek van de Redemptoristen, de kerk open gesteld voor de katholieke erediensten. Zo wordt de kerk tot op heden in goede harmonie gebruikt door de Syrisch-orthodoxe Kerk, de Katholieke gemeenschap en de Surinaamse Katholieken. De samenwerking tussen de drie kerkgemeenschappen is hierdoor optimaal. Omdat de kerk voldoet aan de eisen die de liturgie van de Katholieke- en Syrisch-orthodoxe Kerken stelt, is aan het interieur van de kerk niets veranderd.
Sedert de ‘wedergeboorte’ groeit het aantal kerkbezoekers, zowel bij de Syrisch-orthodoxen als bij de katholieken en Surinamers.

De restauratie van de kerk

In 1989 en 1990 zijn in opdracht van de Syrisch-orthodoxe Kerk door een ingenieursbureau inspecties uitgevoerd om een indruk te krijgen omtrent de staat van onderhoud van het gebouw. Op basis daarvan is een herstelplan opgesteld om het weer op een bouwkundig aanvaardbaar niveau te verkrijgen.

Jarenlang intrekkend vocht had geleid tot aantasting van de constructie. Het grootste deel van het casco, te weten: dak en gevels verkeerden in een slechte tot zeer slechte staat. Ook traden op bepaalde plaatsen voor de gebruikers van de kerk en ook voor voorbijgangers op straat gevaarlijke situaties op.
Om de kerk voor de huidige en toekomstige kerkgemeenschappen te kunnen behouden, moest tot ingrijpend herstel c.q. restauratie overgegaan worden.
Op 17 januari 1994 vingen de restauratiewerkzaamheden aan.

Thumbnail image

Voor de restauratie van de muur- en plafondschilderingen werd een speciale computertechniek ontwikkeld. Aan de hand van foto’s van de oorspronkelijke voorstellingen en motieven werden door een machine sjablonen uitgesneden; de uitgespaarde figuren konden dan tegen het gewelf of op de wand opnieuw worden ingeschilderd.
De restauratiewerkzaamheden werden aan het eind van 1996/begin 1997 voltooid.